Deze AATCC-testmethode biedt richtlijnen voor de kwalitatieve identificatie van chemische finishcomponenten op textiele stoffen, garens of vezels. Het is geen rigide procedure, maar een flexibel schema dat verschillende analytische benaderingen omvat. De kern van de methode bestaat uit sequentiële solventextractie om finishes te isoleren, gevolgd door analyse via instrumentele technieken zoals infraroodspectroscopie (IR), gaschromatografie (GC), en high-performance liquid chromatography (HPLC). Daarnaast beschrijft de standaard directe meetmethoden op de stof, zoals röntgenfluorescentie voor elementanalyse, en het gebruik van chemische spot-tests voor snelle detectie van specifieke verbindingen. De methode is bedoeld om de aanwezigheid van diverse finishes te bepalen, waaronder weekmakers, durable press-harsen, vlamvertragers en waterafstotende middelen, wat essentieel is voor kwaliteitscontrole, productontwikkeling en het oplossen van problemen in de textielindustrie.